zinsdelen

Zodra je de persoonsvorm gevonden hebt, ga je de zin verdelen in zinsdelen. Dat doe je door eerst voor en achter de persoonsvorm een zinsdeelstreepje te zetten:

–   Mijn jongste dochter / kocht / zondag een ijsje in het zwembad.

Nu ga je kijken welke stukjes van de zin altijd bij elkaar moeten blijven en welke delen je uit elkaar kunt trekken. Je doet dat door de volgorde van de zin te ver-anderen:

–   Zondag / kocht / mijn jongste dochter een ijsje in het zwembad.

–   In het zwembad / kocht / mijn jongste dochter zondag een ijsje.

Als je de zin een beetje verandert, merk je dat sommige woorden altijd bij elkaar in een zinsdeel blijven: mijn jongste dochter, een ijsje, in het zwembad. Zet nu voor en achter die vaste groepjes woorden een zinsdeelstreepje en je hebt de hele zin in zinsdelen verdeeld. In dit hoofdstuk vind je voortaan deze zinsdeel-strepen in vrijwel elke voorbeeldzin.

–   Zondag / kocht / mijn jongste dochter / een ijsje / in het zwembad.

–   In het zwembad / kocht / mijn jongste dochter / zondag / een ijsje.

Bekijk de PowerPoint-uitlegUitleg_zinnen_knippen\

OEFENZINNEN

1) De ministers liepen met hun partners naar het Binnenhof.

2) Heb jij de beschadigde auto nog gezien?

3) Verleden week heeft de docent het tentamen pas nagekeken.

4) Opzettelijk duwde het kind het jonge eendje in het water.

5) Mijn tweelingzus rookt wel twee pakjes sigaretten per dag.

6) Deze student stuurt veel sms’jes met haar mobieltje.

7) Gisteravond brak het onweer in alle hevigheid los.

8) Veel studenten blijven ook na het afstuderen op hun kamer wonen.

9) Aan de zin van die actie wordt vaak erg getwijfeld.

10) Wat een leuk idee heeft zij ontwikkeld!

11) Hoe zal ik nu te werk gaan?

12) Morgen vertel ik jullie de afloop van het verhaal.

13) De toon van de brief is erg aanmatigend.

14) Jongstleden maandag heb ik een heerlijk paasontbijt klaargemaakt.

15) Encyclopedieën geven slechts globale informatie.

16) De atleet gaf na twintig kilometer op.

17) De aanstelling geschiedt voorlopig tijdelijk.

18) De slb’er verwijst de ontroostbare student naar de decaan.

19) Verkeer van rechts heeft voorrang!

20) Piet heeft de gemaakte afspraak glad vergeten.