persoonsvorm

UITLEG 1

Als je een zin wilt gaan ontleden, zoek je eerst de persoonsvorm. De persoonsvorm is altijd een werkwoord. Aan de persoonsvorm kun je zien in welke tijd de zin staat: de tegenwoordige tijd of de verleden tijd. Als je een zin van de tegenwoordige tijd in de verleden tijd zet, of van de verleden tijd in de tegenwoordige tijd, verandert de persoonsvorm. Elke redekundig correcte zin heeft een persoonsvorm; zinnen met komma’s hebben vaak meer dan één persoonsvorm. Je kunt de persoonsvorm vinden door de zin in een andere tijd te zetten:

     Wij eten een broodje.                         –     Wij aten een broodje.

Je kunt de persoonsvorm ook vinden door de zin vragend te maken. De persoonsvorm komt dan aan het begin van de zin te staan:

–     Zij eten een broodje.                          –   Eten zij een broodje?

Bij vraagzinnen en bij zinnen met komma’s vind je de persoonsvorm alleen door de zin in een andere tijd te zetten.

Voorbeelden

Zoek de persoonsvorm in de volgende zinnen. Kies de gemakkelijkste manier.

–   Volgende week hebben wij onze eerste tentamenweek.

Maak de zin vragend: Hebben wij volgende week onze eerste tentamenweek?

De persoonsvorm van deze zin is: hebben.

–   Deze week gaf hij eindelijk toe, dat hij in de administratie had zitten knoeien.

Verander de tijd: Deze week geeft hij eindelijk toe, dat hij in de administratie heeft zitten knoeien.

De persoonsvormen van deze zin zijn: gaf en had.

Bij een zin met een komma kun je de persoonsvorm het eenvoudigst vinden door de zin in een andere tijd te zetten en niet door de zin vragend te maken.

–   Wanneer gaan jullie die dozen opruimen?

Zet de zin in een andere tijd: Wanneer gingen jullie die dozen opruimen?

De persoonsvorm van deze zin is gaan.

Bij een zin die begint met een vraagwoord kun je de persoonsvorm vinden door de zin in een andere tijd te zetten. Je kunt deze zin niet vragend maken, want dat is hij al.

UITLEG 2

Een persoonsvorm is een vorm van een werkwoord. De persoonsvorm is dus niet een aparte woordsoort. De persoonsvorm is een deel van het zinsdeel: gezegde. Het is dus niet een apart zinsdeel.

Als we een zin REDEKUNDIG gaan ontleden, beginnen we met het zoeken van de PV. De PV van een zin onderstreep je altijd. Als je de persoonsvorm niet (goed) opzoekt, kun je de zin niet in zinsdelen verdelen, en als je dat niet kunt, kun je natuurlijk ook geen zinsdelen benoemen.

“persoonsvorm” is een belangrijk begrip is als we willen weten hoe we een werkwoordsvorm moeten spellen.

Persoonsvormen zijn die werkwoorden in de zin die van tijd kunnen veranderen (in die zin).

Soms staat er één persoonsvorm in de zin (enkelvoudige zin). Je kunt dan de PV ook vinden door een ja/nee-vraag van de zin te maken. De PV komt dan vooraan te staan. Deze proef werkt niet goed als er meer dan één persoonsvorm in de zin staat (samengestelde zin), bijv. in:

         Ik begrijp niets van wat die jongen vertelt.

 

OEFENZINNEN

1) Vorig jaar werd zij aangenomen voor een stageplaats bij het lab van het Rode Kruis Ziekenhuis.

2) De leerkrachten van die school hebben vandaag voor betere arbeidsvoorwaarden gestaakt.

3) We waren verbaasd over zijn plotselinge ijver.

4) Mij hebben ze daar niets over verteld.

5) Ik ben dat eeuwige gezeur meer dan beu.

6) Zijn ooms hebben wel eens met elkaar ruzie gemaakt.

7) Wanneer heb jij je zus een e-mail gestuurd?

8) Het ijs op die vijver is nog erg dun.

9) Wie had de planten van de buurman verzorgd?

10) In hun nieuwe huis werden zij vaak door hun buren bezocht.

11) Is die krant al door jou gelezen?

12) Gisteren in alle vroegte heb ik een boerenzwaluw zien overvliegen.

13) Waarom heeft de buurman gezegd dat hij gaat verhuizen?

14) Bob, wil je even wachten op de anderen!

15) Met een krijtje schreef de docent het schema op het bord.

16) Het eten staat al enkele minuten op de tafel.

17) Het bespreken van de voorwaarden neemt veel tijd in beslag.

18) Als een echte detective ging dat kind op zoek naar de snoeptrommel.

19) Wij hadden gedacht dat zijn neef vanavond zou willen blijven eten.

20) Laat dat verkochte boek maar even aan iedereen zien.