KD HBO – 1.6

Inhoud les 1.6 (bijeenkomst 5)
– Reflectieverslag
– Opdracht samenvatting
– Reflectiemodellen

Overzicht op te leveren producten in het Portfolio
Examen Voorbereiding hbo
(blad 9 handleiding)

Deelopdracht 1A: Logboek oriëntatie op vervolgopleiding hbo 
– Aantekeningen van twee voorlichtingsbijeenkomsten hbo;
– Informatie over minimaal twee vervolgopleidingen met bijbehorende loopbaanperspectieven;
– Verschillen tussen studeren op het mbo en hbo.
 
Deelopdracht 1B: Reflectieverslag volgens Korthagen (adhv Logboek deel 1A)
– Reflectie ambities;
– Reflectie ontwikkelingen/studievaardigheden
– Reflectie oriëntatie op vervolgopleiding
– Elevator pitch
 
Deelopdracht 2A: Studieopdracht 
– Onderzoeksplan
– Posterpresentatie
– Beoordelingsformulier Nederlandstalige teksten
 
Deelopdracht 2B: Werken in een projectgroep
– Notulen per bijeenkomst
– 2x Feedback geven en ontvangen 
– Mindmap eindevaluatie samenwerking

Voor de kritische student: https://lesned.net/zin-en-onzin-van-reflecteren/

DEELOPDRACHT 1B

Deze reflectieve deelopdracht hoort bij deelopdracht 1A. Met deelopdracht 1B reflecteer je m.b.v. het reflectiemodel van Korthagen en/of de SWOT-analyse op jouw eigen studievaardigheden en/of geschiktheid voor het starten van een hbo-opleiding. 

Je geeft in jouw reflectieverslag  antwoord op de volgende vragen : 

  • 1) Wat zijn jouw ambities op het gebied van doorstuderen op hbo-niveau? Welke hbo-opleiding past bij deze ambities? 
  • 2) Welke ontwikkelingen heb jij nog nodig om deze ambities te realiseren? (Denk aan studievaardigheden en kennis) 
  • 3) Welke knelpunten voorzie jij voor jezelf wat betreft de verschillen tussen het mbo en het hbo op het gebied van ‘manier van leren’? (Denk aan werken in projectgroepen, zelfstudie et cetera) 
  • 4) Formuleer op basis van de opgehaalde informatie en jouw reflectieverslag een gefundeerde keuze voor het wel of niet volgen van een vervolgopleiding op hbo-niveau. Onderbouw helder waarom jij deze opleiding wel of niet hebt gekozen. 

HANDLEIDING: Het reflectieverslag dient minimaal 2 pagina’s te zijn. 

Om op bovenstaande vragen antwoord te geven, worden hieronder bij punt A en B twee reflectiemodellen beschreven: het reflectiemodel van Korthagen (A) en de SWOT-analyse (B). Bij punt C vind je een uitleg over de elevator pitch.

A – THEORIE REFLECTIECYCLUS VAN KORTHAGEN

model_korthagen_reflecteren.gif

De Reflectiecyclus van onderwijskundige professor Korthagen is een hulpmiddel / strategie om zicht te krijgen op je functioneren en dit (zelfstandig) bij te sturen. Door deze cyclus stapsgewijs toe te passen leer je systematisch reflecteren; reflecteren is een aan te leren vaardigheid. Onder reflectie verstaat men het vermogen om gestructureerd terug te blikken op en na te denken over het eigen handelen.  

Met andere woorden: Wat is het nut van reflecteren?

  • Reflecteren betekent dat je op systematische wijze de manier waarop je functioneert onder de loep neemt.
  • Reflecteren is een belangrijke vaardigheid om jezelf te ontwikkelen en je gedrag en prestaties te optimaliseren.
  • Reflecteren zorgt ervoor dat je de verantwoordelijkheid voor je groei zelf in handen neemt.
  • Reflecteren is een vorm van leren waarbij je jezelf in het middelpunt van de belangstelling plaatst. 

Fases van Korthagens reflectiecyclus (zie ook bijlage 6 handleiding)

Fase 1: handelen (= fase 5 vorige cyclus)

  • Wat wilde ik bereiken?
  • Waar wilde ik op letten?
  • Wat wilde ik uitproberen?

Fase 2: Terugblikken op het handelen

  • Wat gebeurde er concreet?
  • Wat wilde ik?
  • Wat deed ik?
  • Wat dacht ik?
  • Wat voelde ik?

Fase 3: Bewust worden van essentiële aspecten

  • Wat vond ik in fase 1 en 2 belangrijk?

Het ui-model

Onderzoek heeft laten zien dat fase 3 cruciaal is voor betekenisgerichte reflectie. Om verdieping in betekenisgerichte reflectie te bevorderen, is het ui-model ontwikkeld.In het ui-model worden verschillende reflectieniveaus (‘lagen’) onderscheiden:
1. Omgeving
2. Gedrag
3. Vaardigheden
4. Overtuigingen
5. Identiteit
6. Betrokkenheid (of persoonlijke missie)
7. De kern, met kernkwaliteiten

Als al deze niveaus met elkaar sporen, is er sprake van effectief functioneren. Als er fricties tussen de niveaus zijn, ervaart de persoon een probleem.

figuur-ui-model.jpg

Fase 4: Formuleren van handelingsalternatieven

  • Welke alternatieven zie ik?
  • Welke voor- en nadelen hebben die?
  • Wat is mijn plan voor de volgende keer?

Fase 5: Uitproberen

  • Deze fase is de start voor een nieuwe cyclus.

Verschil evalueren – reflecteren?Als je evalueert:

  • ga je na of je de beoogde doelstellingen hebt bereikt.
  • vraag je je af of jouw gedrag goed of fout is.

Als je reflecteert:

  • is het juist belangrijk dat je geen oordeel over goed of fout velt.
  • creëer je zo een veilige ruimte waarbinnen je systematisch vragen kan stellen over het hoe en het waarom je bepaald gedrag stelt.
  • is er ruimte en tijd om te groeien.

B – SWOT-ANALYSE

Ook de swot-analyse is een hulpmiddel om antwoord te geven op de vragen van deelopdracht 1B.

2020-03-06T15-21-37.944Z-source-image-c27e5a1baf26c8dcfaa52859b81fee372e5b83bcf90a401313fdbd157797e672.png
2019-03-14T19-10-07.181Z-source-image-0f5beac57db7f19bd831f1cba8c8d5a5abec6c41fb8efc201a45379d3b15d908.jpg

Voorbeeld SWOT 

2019-03-14T19-24-36.775Z-source-image-5b069ffcd7db422e746252e95e11be6d7724fab6162a26bfc0bbb6d549ef499d.JPG

Deelopdracht 1A en 1B horen bij elkaar en worden uiteindelijk beoordeeld volgens beoordelingsformulier: Oriëntatie op vervolgopleiding hbo en reflectieverslag.

Vooraf: Een kritische noot bij deelopdracht 1B
Opdracht 1B is volgens de handleiding een ‘reflectieve deelopdracht’ die bij deelopdracht 1A hoort. Met deelopdracht 1B reflecteer je m.b.v. het reflectiemodel van Korthagen en/of de SWOT-analyse op jouw eigen studievaardigheden en/of geschiktheid voor het starten van een hbo-opleiding. 

zinonzinreflectie-Download

Reflectie wordt veelal beschouwd als de kern van supervisie. ( … ) In het onderwijs is reflecteren de afgelopen tien jaar massaal ingevoerd, maar de resultaten vallen tegen en leerlingen en studenten hebben er veel weerstand tegen. Er zijn verschillende bestsellers gepubliceerd waarin de rol van bewust nadenken en de vrije wil wordt ontkend; mogelijk heeft reflecteren zelfs nadelen en risico’s. 

Het begrip reflectie wordt op talloze wijzen gedefinieerd, maar de grootste gemene deler van de definities in de context van het onderwijs is: reflecteren is nadenken over het eigen functioneren, om dit te verbeteren (Luken, 2010). In onderwijskringen, vooral in en rond het beroepsonderwijs, bestaat consensus over de opvatting dat het goed of zelfs noodzakelijk is dat leerlingen en studenten reflecteren. 

Studenten worden vrijwel vanaf de eerste dag dat zij aan hun studie beginnen, op velerlei manieren verplicht tot reflectie (Meijers, 2008). Reflectie speelt niet alleen een belangrijke rol bij de competentieontwikkeling in zijn algemeenheid, maar ook specifiek bij de studieloopbaanontwikkeling. 

Uit onderzoek blijkt dat lerenden over het algemeen een hekel hebben aan reflectie (Meijers, 2008). ‘Studenten moeten te pas en te onpas reflectieverslagen maken, waardoor het reflecteren ze al snel de neus uitkomt en verwordt tot een routineuze verplichting die tot weinig leerresultaat leidt’ (Kinkhorst, 2002, p. 36). Reflectie levert de studenten geen resultaten op die voor hen interessant zijn. Het is hun niet goed duidelijk wat reflectie is en hoe ze het moeten doen. Zij ervaren het als opschrijven wat je eigenlijk al weet (Kinkhorst, 2010).