C E – 3 F – T H E O R I E

  • 1.1_Onderwerp_en_hoofdgedachte_3F
  • De hoofdgedachte van een tekst vind je door je af te vragen wat het onderwerp van de tekst is en vast te stellen wat voor soort tekst het is.
    • Als het een uiteenzetting is, moet je bedenken wat de belangrijkste informatie over dat onderwerp is.
    • Bij een betoog is moet je jezelf afvragen wat de schrijver van het onderwerp vindt.
    • En als het een beschouwing is, moet je je afvragen waarover moet ik van de schrijver een mening vormen.

    Het antwoord op deze vragen is de hoofdgedachte van de tekst. Deze hoofdgedachte moet je in één zin noteren. In het examen moet je de hoofdgedachte kunnen vinden en kiezen uit 3 alternatieven (meerkeuzevraag).

  • Soort teksten:  zie hieronder bij teksten.
  • 4.2_Argumenten_beoordelen_3F
  • Drogredenen
  • Drogredenen zijn argumentatiefouten. Een drogreden is een oneerlijke discussiemethode, een oneerlijke manier om je gelijk te halen. Een drogredenering lijkt op een goed argument, maar klopt eigenlijk niet. Daarom zijn deze valse redeneringen soms moeilijk te herkennen.  
  • In het 3F- examen kunnen de vijf meest voorkomende soorten drogredenen voorkomen:
  • 1) Aanval op de persoon:    
  • Door je tegenstander persoonlijk aan te vallen en zijn/ haar geloofwaardigheid in twijfel te trekken, wordt het argument naar beneden gehaald. Je kunt dit op drie manieren doen. 
    * Je kunt de aanval baseren op eigenschappen van de persoon. Voorbeeld: “Hij is zelf geen vrouw, dus waarom zou hij zich druk maken om rechten van de vrouw?”
    * Je kunt de bedoeling van iemand erbij betrekken. Voorbeeld: “Door mee te doen met de wedstrijd wil hij alleen maar populairder worden!”
    * Of je kunt de tegenstelling in de daden van de persoon benoemen. Voorbeeld: “De vorige keer klopte het niet wat hij vertelde, dus waarom zou het nu wel kloppen?”
  • 2) Misbruik maken van autoriteit:          
  • Een argument kan extra waarde krijgen als een belangrijk persoon hetzelfde vindt of het argument kan ondersteunen. Pas alleen wel op dat je de juiste persoon hiervoor gebruikt. Dit voorbeeld: “Je koopt daar de lekkerste broodjes, want dat zei de minister-president.” klopt bijvoorbeeld niet.
  • 3) Overhaaste generalisatie:     
  • Deze drogredenering wordt vaak gebruikt als er snel een conclusie wordt getrokken. Als er in de krant een bericht verschijnt over een groepje jongeren dat een auto in brand heeft gestoken, wordt soms gezegd: “Kijk wat nou wat ze hebben gedaan. Zie je wel, alle jongeren zijn criminelen!” Dit is fout, omdat je niet iets over een grote groep mensen kunt zeggen naar aanleiding van een incident waarbij slechts een paar mensen waren betrokken.
  • 4) Cirkelredenering:
  • De cirkelredenering is precies wat de naam zegt. Het argument verklaart eigenlijk niets en je zegt twee keer hetzelfde. Voorbeeld: Ik heb geen zin in eten, want ik heb geen trek. Eigenlijk is het argument: “Daarom!”
  • 5) Populistisch argument:
  • a) Een spreker bespeelt het publiek. Voorbeeld: Donald Trump.
  • b) Beroep doen op de meerderheid: ‘Iedereen zegt het, dus is het waar.’
  • Teksten
  • Verschillende soorten teksten kunnen in het centraal examen 3F voorkomen:
    • Informatieve tekst
    • Dit kan een uiteenzettende of beschouwende tekst zijn.
      Een uiteenzettende informatieve tekst is een tekst waarin op neutrale toon informatie wordt gegeven.
      In een beschouwende informatieve tekst wordt een onderwerp van verschillende kanten belicht en worden meningen van verschillende personen/groepen verwoord. Het doel van een beschouwende tekst is de lezer te informeren, zodat de lezer zich een mening kan vormen.
    • Instructieve tekst
      In een instructieve tekst krijgt de lezer informatie om beschreven handelingen uit te voeren.
    • Betogende tekst
      Een betogende tekst is geschreven vanuit de overtuiging van de schrijver en heeft het doel de lezer te overtuigen.